‏ Acts 4:25-27

25Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?
 Uw knecht, Of, van uw kind. Zie vs.27.
,
 woeden de Grieks briesen; gelijk de moedige paarden als zij ten strijde gaan.
26De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde. 27Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israëls;
 in der waarheid Dat is, openbaarlijk en kennelijk.
,
 Kind Jezus, Of, knecht, dienaar. Zie Act 3:13 , Act 3:26 . Zie ook Mat 8:6 , vergeleken met Luk 7:2 , en hier vs.25.
,
 gezalfd hebt, Namelijk met den Heiligen Geest tot den oppersten priester, profeet en koning der gemeente.
,
  de volken Israëls; Hoewel de Israëlieten maar een volk waren, zo worden zij nochtans ook volken genaamd, in het getal van velen, omdat zij in twaalf stammen verdeeld waren; Gen 28:3 , en Gen 48:4 .
Copyright information for DutSVVA