‏ Deuteronomy 12:3

3En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.
 opgerichte beelden verbreken, Of, pilaarbeelden, statuen
,
 bossen met vuur verbranden, Dichte, duistere bossen, ter afgoderij misbruikt, alsof duisternis tot religieusheid diende en enige heiligheid aan zich had.
Copyright information for DutSVVA