Deuteronomy 14:21
21Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den Heere, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder. ▼▼ vreemdeling, Versta, den onbesneden vreemdeling, die zich tot de onderhouding van Gods wet niet had verbonden, alleenlijk verkerende onder de Israëlieten; want de besneden vreemdelingen waren verbonden tot de onderhouding der wetten van Israël.
,
▼▼ koken in de melk zijner moeder Anders, zieden.
Copyright information for
DutSVVA