Deuteronomy 23:20
20Aan den vreemde zult gij woekeren; maar aan uw broeder zult gij niet woekeren; opdat u de Heere, uw God, zegene, in alles, waaraan gij uw hand slaat, in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. ▼▼ zult gij woekeren; Dat is, zult gij mogen woekeren. Omdat zij niet als de arme Israëlieten door armoede, maar om hun koophandel en nering met de Joden handelden.
,
▼▼ in alles, waaraan Hebreeuws, in allen uitslag, of aanslag uwer hand.
Copyright information for
DutSVVA