‏ Deuteronomy 25:2-3

2En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.
 slagen verdiend heeft, Hebreeuws, een zoon, of kind van het slaan is; dat is, waardig om geslagen te worden, of die slagen verdiend heeft en daartoe verwezen of veroordeeld is. Vergelijk Mat 23:15; Joh 17:12; Eph 2:3; 2Th 2:3. Zie wijders 2Sa 3:34.
,
 in zijn tegenwoordigheid, Hebreeuws, voor zijn aangezicht
,
 naar dat het voor zijn Hebreeuws, naar de genoegzaamheid zijner onrechtvaardigheid
,
 in getal Dat is, met zeker getal van slagen, naar den eis van zijn misdaad, maar niet boven de veertig, gelijk volgt.
3Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
 doen slaan, Dat is, mogen doen slaan.
,
 hij zal er niet toedoen; Hieruit is de gewoonte gekomen, dat men niet meer dan negen en dertig slagen heeft gegeven, om immers niet te veel te doen. Zie 2Co 11:24; hoewel veel Joden de negen en dertig slagen uit dezen tekst zoeken te bewijzen, verkerende dien naar hun gewoonte.
,
 uw broeder dan voor uw ogen Die, gelijk gij, van den zade Abrahams is.
,
 verachtelijk gehouden worde Dat is, van den rechter en anderen minder geacht worde, gelijk de wet der liefde vereist en onder Gods volk betaamt, en de misdadige door onmatig slaan voor de ogen zijner broeders niet ijslijk en mismaakt worde, of ook in gevaar des levens kome.
Copyright information for DutSVVA