‏ Deuteronomy 33:16

16En van het uitnemendste der aarde en haar volheid, en van de goedgunstigheid Desgenen, Die in het braambos woonde, kome de zegening op het hoofd van Jozef, en op den schedel des afgezonderden van zijn broederen!
 en van de goedgunstigheid Of, en [dit door] de goedgunstigheid Gods; zijnde de fontein van dezen zegen.
,
 Die in het braambos woonde, Die Mozes in het bos verscheen, Exo 3:2.
,
 Jozef, Dat is, Jozefs nakomelingen.
,
 afgezonderden van zijn broederen Zie Gen 48:22, en Gen 49:26.
Copyright information for DutSVVA