Deuteronomy 33:16
16En van het uitnemendste der aarde en haar volheid, en van de goedgunstigheid Desgenen, Die in het braambos woonde, kome de zegening op het hoofd van Jozef, en op den schedel des afgezonderden van zijn broederen! ▼▼ en van de goedgunstigheid Of, en [dit door] de goedgunstigheid Gods; zijnde de fontein van dezen zegen.
,
▼
,
▼▼ Jozef, Dat is, Jozefs nakomelingen.
,
▼
Copyright information for
DutSVVA