‏ Ezekiel 34:2-3

2Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere Heere: Wee den herderen Israëls, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?
 herders Kerkelijke en staatkundige regeerders van mijn volk; vergelijk deze profetie met Jer 23 .
,
 zullen niet de herders de schapen weiden? Behoren zij niet [met hun eerlijk onderhoud tevreden zijnde] voornamelijk op hunne kudde te passen? Immers ja, ganselijk, wil God zeggen.
3Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.
 vette, Gelijk van de schapen komt melk, boter, kaas, enz.; vergelijk Zec 11:16 .
,
 slacht het gemeste, Zie van het Hebreeuwse woord Gen 31:54 .
Copyright information for DutSVVA