Genesis 19:7
7En hij zeide: Mijn broeders! doet toch geen kwaad! ▼▼ broeders Aldus sprak Lot die boze mensen beleefdelijk aan, noemende hen broeders ten aanzien van de algemene broederschap der natuur; verg. boven
Gen 9:5; onder
Gen 29:4;
Lev 19:17.