Genesis 4:9-10
9En de Heere zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? ▼▼ Ik weet het niet Een onbeschaamde leugen.
,
▼▼ ben ik mijns broeders hoeder? Een vermeten hoogmoed.
10En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem. ▼▼ Hij zeide Te weten, de Heere.
,
▼▼ des bloeds Hebr. der bloeden, in het getal van velen meervoud. Zo spreekt de Heilige Schrift van moord en doodslag, omdat daarin veel bloed vergoten wordt.
,
▼
Copyright information for
DutSVVA