‏ Hebrews 6:9-10

9Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij alzo spreken.
 Maar, geliefden Met deze woorden verzacht de apostel het voorgaande dreigement en verklaart in het vervolg waarom hij de zware straf der afvalligen hun voorgedragen heeft, namelijk niet omdat hij hen voor zodanigen zou houden, maar om hen te waarschuwen en tot vasthouden aan de leer des evangelies en Gods beloften te vermanen.
,
 met de zaligheid gevoegd, Of, de zaligheid aanklevende.
,
 alzo spreken Dat is, zulk een zwaar oordeel uitspreken tegen de afvalligen.
10Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt , als die de heiligen gediend hebt en nog dient.
 onrechtvaardig, Dat is, ontrouw, of onstandvastig in het volbrengen van zijn beloften, gelijk Gods waarheid en standvastigheid in deze ook de rechtvaardigheid Gods doorgaans genoemd wordt; zie Psa 143:1; 1Jo 1:9.
,
 uw werk zou Namelijk het ware geloof, dat hij in u reeds heeft gewrocht, Phi 1:29.
,
 vergeten, Namelijk dat hij het, volgens zijne belofte, tot het einde toe in u niet zou volbrengen, Phi 1:6, en hier namaals niet genadig zou belonen.
,
 aan Zijn Naam bewezen hebt, Of, in zijnen naam, dat is, niet alleen uit enige menselijke beweging tegen de armen en verdrukten, maar omdat zij om den naam Gods, en om de belijdenis van Christus leden, hetwelk een eigenschap is des waren geloofs en der ware liefde, die Christus niet onbeloond laat; zie Mat 10:41-42, en Mat 25:40; Mar 9:41.
Copyright information for DutSVVA