Hebrews 9:8-9
8Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had; ▼▼ de Heilige Geest Namelijk die een insteller was van al deze godsdiensten, en derhalve een waarachtig eeuwig God met den Vader en den Zoon, en nochtans een onderscheiden persoon.
,
▼▼ de weg des heiligdoms Dat is, van het heilige der heiligen, of des hemels, gelijk hierna vs.12, 24 wordt verklaard.
,
▼▼ nog niet openbaar gemaakt was, Dat is, nog niet zo klaar en volkomen bekend was gemaakt, gelijk daarna is geschied, toen Christus de zaken, hierdoor betekend, in zijn eerste komst heeft volbracht; gelijk 1Jo 3:2 gezegd wordt, dat het nog niet geopenbaard, of openbaar gemaakt is wat wij worden zullen; namelijk na Christus' tweede komst; hoewel wij nochtans ook hier enigszins daarvan onderricht zijn, maar niet zo klaar en volkomen als het ons zal bekend worden, wanneer de zaak zelf in ons zal vervuld zijn.
,
▼▼ zolang de eerste tabernakel nog stand had; Dat is, zo lang de gemeente onder het Oude Testament door de ceremoniën en handelingen van den eersten tabernakel en vervolgens ook van den eersten tempel, alleen werd onderricht, zonder dat het Evangelie haar in zijn naaktheid en volle klaarheid werd voorgedragen, gelijk na de vervulling is geschied. Want dat enigen dit zo duiden als of de gelovigen in het Oude Testament geen toegang hadden tot den hemel, voordat Christus ten hemel was opgevaren, strijdt tegen het voorbeeld van Elia, 2Ki 2:11, en van Lazarus, Luk 16:22; vergeleken met Mat 8:11, en van den moordenaar aan het kruis, Luk 23:43, vergeleken met 2Co 12:2-4, en met de hoop der gelovige vaderen, Heb 11:16; en strijd ook met Christus' beloften, Mat 5:10-12; die lang voor zijne verrijzenis zijn geschied.
9Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten; ▼▼ een afbeelding Grieks parabole; dat is, ene gelijkenis die wat anders beduidt.
,
▼▼ dengene, die de dienst pleegde, Grieks den dienenden; dat is, die den dienst was doende.
,
▼▼ niet konden heiligen naar het geweten; Of niet konden volmaken, namelijk in zichzelf aangemerkt, of door hun kracht; anderszins konden zij, in hun recht gebruik, dienen om de gelovige vaderen op Christus te wijzen, door wiens offerande de conscientiën zouden gereinigd worden, gelijk hierna vs.14 wordt verklaard.
Copyright information for
DutSVVA