Hebrews 9:9-12

9Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten;
 een afbeelding Grieks parabole; dat is, ene gelijkenis die wat anders beduidt.
,
 dengene, die de dienst pleegde, Grieks den dienenden; dat is, die den dienst was doende.
,
 niet konden heiligen naar het geweten; Of niet konden volmaken, namelijk in zichzelf aangemerkt, of door hun kracht; anderszins konden zij, in hun recht gebruik, dienen om de gelovige vaderen op Christus te wijzen, door wiens offerande de conscientiën zouden gereinigd worden, gelijk hierna vs.14 wordt verklaard.
10Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd.
 wassingen Grieks dopingen.
,
 rechtvaardigmakingen Dat is, uiterlijke inzettingen, die den mens naar den uitwendigen, of lichamelijken stand, alleen rechtvaardigden of heiligden. Zie vs.13.
,
 verbetering Grieks rechting; dat is, waarop het te recht zal worden gebracht, namelijk tot op de tijden van het Nieuwe Testament, waar Jeremia van gesproken had, waarin de betekende zaak zou vervuld worden, deze ceremoniën geweerd, en andere kortere godsdiensten ingesteld, waardoor de Heilige Geest krachtiger zou werken, 2Co 3.
,
 opgelegd Namelijk als een juk, hetwelk de vaders zelf niet hebben kunnen dragen, en door Christus is afgenomen; Act 15:10-11.
11Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel,
 der toekomende goederen, Dat is, al de geestelijke weldaden, die door de offerande van Christus aan het kruis, en door zijn ingang in den hemel verworven zijn; gelijk daar zijn: vergeving der zonden, wedergeboorte, den geest der aanneming tot kinderen, en de eeuwige zaligheid, die in het Oude Testament afgebeeld zijnde, in het Nieuwe door Christus zijn verworven.
,
 gekomen zijnde, Namelijk in het vlees, of in de wereld.
,
 den meerderen Hierdoor wordt verstaan de menselijke natuur van Christus, waarin de volheid der Godheid als in een tabernakel of tempel woont, Joh 1:14, en Joh 2:19; gelijk Heb 8:2 ook is aangewezen. Er wordt van Christus gezegd door dezen tabernakel zijns vleesches ingegaan te zijn in den hemel, omdat door de geestelijke kracht en waardigheid zijner offerande voor ons volbracht, hem de toegang tot den hemel is geopend, en hem een naam is gegeven boven alle namen, Phi 2:8-9; met welke verklaring overeenkomt hetgeen hij hierna zegt Heb 10:20, van den nieuwen weg, die ons geopend is, om in te gaan in het heilige, door dit voorhangsel, dat is, het vlees van Christus. Want Christus is ons voorgegaan om ons plaats te bereiden, Joh 14:2. Hij wil dan zeggen: gelijk Christus door zichzelf en door zijn eigen bloed ingegaan is in het heiligdom, dat wij ook door denzelfden weg daarin moeten komen.
,
 van dit maaksel, Grieks van deze schepping, of van dit schepsel.
12Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
 der bokken en kalveren, Want beide deze soorten van dieren werden geslacht als de hogepriester in het heilige der heiligen zou ingaan, Lev 16:11, Lev 16:15, met welker beider bloed hij ook in het heilige der heiligen inging, vs.18.
,
 een eeuwige Dat is, altijddurend en van eeuwige kracht, gelijk Heb 10:14.
,
 verlossing teweeggebracht Grieks rantsoening; dat is, verlossing, die door rantsoen geschiedt, gevonden hebbende.
Copyright information for DutSVVA