Isaiah 51:20-22
20Uw kinderen zijn in bezwijming gevallen, zij liggen vooraan op alle straten, gelijk een wilde os in het net; zij zijn vol van de grimmigheid des Heeren, van de schelding uws Gods. ▼▼ Uw kinderen O Jeruzalem; dat is, uwe inwoners, of uwe burgers.
,
▼▼ zijn in bezwijming Dewijl zij van hunne vijanden zijn terneder geslagen.
,
▼▼ vooraan Hebreeuws, aan het hoofd aller straten; dat is aan den ingang aller straten.
,
▼▼ een wilde os Of, buffel.
,
▼▼ in het net; Hebreeuws, van het net, of des striks; dat is, die in het net verstrikt is, en die derhalve zichzelven niet helpen noch redden kan.
,
▼▼ van de grimmigheid Der straf, die van de grimmigheid des Heeren komt. Dit is de oorzaak van hunne benauwdheid.
,
▼ 21Daarom hoort nu dit, gij bedrukten! en gij dronkenen, maar niet van wijn! ▼▼ niet van wijn Maar van tegenspoed en ellende; of versta hierbij: maar van den beker der grimmigheid des Heeren, gelijk vs.17.
22Alzo zegt de Heere, de Heere en uw God, Die Zijns volks zaak twisten zal: Zie, Ik neem den beker der zwijmeling van uw hand, den droesem van den beker Mijner grimmigheid; gij zult dien voortaan niet meer drinken. ▼▼ Die Hebreeuws, die zijn volk twisten zal. De zin is, de Heere zal de zaak van zijn volk aannemen te verdedigen tegen hunne vijanden.
,
▼▼ Ik neem Alsof de Heere zeide: dewijl u niemand helpen kan, zo wil Ik u helpen.
Copyright information for
DutSVVA