Isaiah 57:4
4Over wien maakt gij u lustig, over wien spert gij den mond wijd open en steekt de tong lang uit? Zijt gij niet kinderen der overtreding, een zaad der valsheid? ▼▼ Over wien maakt Of, aan wien hebt gijlieden uwen lust? Dat is, met wien te bespotten houdt gijlieden uw kortswijl? Met deze en de volgende woorden geeft de Heere te kennen hoe zich de afgodische Joden tegen de profeten des Heeren gedragen hebben, als die hun Gods woord predikten.
,
▼
,
▼▼ kinderen der overtreding, Dat is, de booswichten, die u geheel tot overtreding hebt begeven?
,
▼▼ een zaad der valsheid? Dat is, mensen tot valsheid, dat is tot een valsen godsdienst begeven.
Copyright information for
DutSVVA