Job 38:26-28
26Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is; ▼▼ niemand is, Te weten, om het land door arbeid van werklieden te bevochtigen.
27Om het woeste en het verwoeste te verzadigen, en om het uitspruitsel der grasscheutjes te doen wassen. ▼ 28Heeft de regen een vader, of wie baart de druppelen des dauws? ▼▼ Heeft de regen Hij wil zeggen: Neen hij; maar ik alleen breng hem voort. Alzo in het volgende.
Copyright information for
DutSVVA