Luke 6:14
14Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeüs; ▼▼ Petrus noemde; Waarom hij alzo toegenaamd is geworden, zie
Mar 3:16 , en heeft ook deze toenaam gediend om hem te onderscheiden van den tweeden Simon, die ook daarom hier toegenaamd wordt, Zelotes, vs.15. Zie
Mat 10:4 .