Philippians 2:9
9Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; ▼▼ Daarom heeft Met dit woord daarom wordt niet aangewezen dat Christus met deze vernedering de volgende heerlijkheid voor Zichzelven zou verdiend hebben; want al wat Christus verdiend heeft, dat heeft Hij voor ons verdiend, Joh 17:19; maar wijst alleen aan wat hierop gevolgd is, of betamelijk was te volgen. Zie dergelijke Act 20:26; Heb 3:7; 2Pe 1:10.
,
▼▼ God Namelijk de Vader.
,
▼▼ uitermate verhoogd, Namelijk nadat Hij van de doden opgestaan en ten hemel opgevaren zijnde, ter rechterhand Gods gezet is in de hoogste heerlijkheid, Eph 1:20; Heb 1:3, welke Hij wel naar Zijn goddelijke natuur van eeuwigheid heeft gehad, Joh 17:5; maar alzo hij het gebruik van die in den staat Zijner nederigheid gelijk als afgelegd had, zo heeft Hij hetzelve na Zijne hemelvaart wederom aangenomen en heerlijk vertoond, en Zijn menselijke natuur is naar lichaam en naar ziel met zo hoge heerlijkheid en gelukzaligheid versierd, als een schepsel ontvangen kan, verre tebovengaande alle heerlijkheid van engelen en andere mensen.
,
▼
,
▼
,
▼▼ boven allen naam is; Dat is, de allergrootste en hoogste heerlijkheid.
Copyright information for
DutSVVA