Psalms 104:5-8
5Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen. ▼ 6Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen. ▼ , ▼ 7Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders. ▼ , ▼▼ voor de stem Dat is, van uw grote en krachtige stem, die als een donder is.
8De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt. ▼▼ bergen rezen op, Of, zij [te weten, de wateren] rezen op de bergen en daalden door de valleien, naar de plaats, die Gij hun [te weten, de wateren] gegrond hadt.
,
▼
Copyright information for
DutSVVA