Psalms 129:6
6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt; ▼ , ▼▼ daken, In het land Kanaän waren de daken der huizen van boven plat, waar gras op wies tussen de glepen of samenvoegingen der stenen en aan de kanten.
,
▼▼ eer men het Anders: eer men [de sikkel] trekt; te weten, om het gras af te maaien.
Copyright information for
DutSVVA