‏ Psalms 129:6

6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
 gras op de Zie 1Ki 18:5 .
,
 daken, In het land Kanaän waren de daken der huizen van boven plat, waar gras op wies tussen de glepen of samenvoegingen der stenen en aan de kanten.
,
 eer men het Anders: eer men [de sikkel] trekt; te weten, om het gras af te maaien.
Copyright information for DutSVVA