Psalms 137:8
8O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt. ▼ , ▼▼ die verwoest zult Hebr. gij verwoeste; dat is, die zo zekerlijk zult verwoest worden alsof het nu alreeds geschied ware, dewijl God over u zulks besloten heeft. Of verwoeste; dat is, die waardig zijt en wel verdiend hebt dat gij zoudt verwoest worden, gelijk Psa 18:4 :ik riep den geprezenen Heere aan; dat is, dien Heere, die prijzenswaardig is.
,
▼
,
▼▼ misdaan hebt Of, vergolden hebt. Het Hebr. woord wordt genomen voor weldoen en voor kwaaddoen.
Copyright information for
DutSVVA