‏ Psalms 137:8

8O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt.
 O dochter van Dat is, gij Babylonische natie, gelijk Psa 9:15 ; Jer 51:33 . Of, gij inwoners van Babylonië. Zie de aantekening bij Son 2:2 .
,
 die verwoest zult Hebr. gij verwoeste; dat is, die zo zekerlijk zult verwoest worden alsof het nu alreeds geschied ware, dewijl God over u zulks besloten heeft. Of verwoeste; dat is, die waardig zijt en wel verdiend hebt dat gij zoudt verwoest worden, gelijk Psa 18:4 :ik riep den geprezenen Heere aan; dat is, dien Heere, die prijzenswaardig is.
,
 welgelukzalig Hij wil zeggen dat een ieder den verstoorder van Babel gelukwensen en grotelijks bedanken zal, dat hij den Babyloniërs vergolden heeft hetgeen zij wel verdiend hadden. Zie Isa 13 ; Jer. 50, 51.
,
 misdaan hebt Of, vergolden hebt. Het Hebr. woord wordt genomen voor weldoen en voor kwaaddoen.
Copyright information for DutSVVA