‏ Psalms 144:5-7

5Neig Uw hemelen, Heere! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.
 Neig Uw hemelen, Dat is, kom mij en uw volk te hulp van den hemel, en betoon uwe heerlijkheid en macht tegen onze vijanden. Zie 2Sa 22:10 . Het is menselijkerwijze gesproken.
,
 daal neder; Te weten, tot mijne hulp en tot verstoring uwer vijanden.
,
 bergen aan, Dat is, (naar sommiger gevoelen) mijn grote en geweldige vijanden. Men kan dit ook nemen als ene beschrijving van de majesteit en de macht Gods in het uitvoeren van zijne oordelen tegen de goddelozen, die de vromen verdrukken. Verg. Psa 104:32 , enz.
,
 dat zij roken Dat is, dat zij als rook verdwijnen.
6Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.
 Bliksem bliksem, Dat is, sla hen ter neder en maak hen te schande met uw goddelijke en hemelse kracht.
,
 verstrooi hen; Te weten, die vreemde kinderen, van welke gesproken wordt vs.7.
7Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden;
 van de hoogte uit; Dat is, uit den hemel; gelijk Psa 18:17 .
,
 uit de grote Dat is, uit de grote vervolgingen der goddelozen. Zie 2Sa 22:17 .
,
 der vreemden; Hebr. der kinderen des vreemden: hetzij vreemd van het burgerschap van Israël, of dergenen die in vreemde landen wonen; of dergenen, die David voor hun koning nog niet wilden erkennen, maar hem met Saul vervolgden. Zie Psa 54:5 . Zie de aantekening bij 2Sa 22:45 .
Copyright information for DutSVVA