Psalms 145:15-16
15Ain
. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. ▼▼ Aller ogen Te weten, van alle dieren, of van alle schepselen, die levende lichamen hebben.
,
▼▼ te zijner tijd Of, elk te zijner tijd. Anders: tot hunnen tijd; dat is, ter bekwamer tijd, gelijk Psa 104:27 .
16Pe
. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen. ▼▼ naar Uw welbehagen Dat is, naar dat het U belieft, of waaraan zij een genoegen hebben. Anders, met welbehagen; dat is, met gaven en goederen van uw goeden wil en welgevallen vloeiende en herkomende.
Copyright information for
DutSVVA