‏ Psalms 16:5-6

5De Heere is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.
 deel Twee gelijkenissen worden hier gebruikt: de ene genomen van erven, die met snoeren gemeten en bij het lof werden uitgedeeld, zie Deu 3:4 , en Deu 32:9 ; Jos 13 enz.; de andere van de huisvader elken huisgenoot zijn beker drank toedeelde. Verg. Psa 11:6 .
,
 onderhoudt Dat is, bewaart, of houdt in zekere bewaring voor mij. Verg. 2Ti 4:8 ; 1Pe 1:4-5 .
6De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.
 een schone Hebr. de erfenis is schoon geworden aan, of over mij.
Copyright information for DutSVVA