‏ Psalms 72:6

6Hij zal nederdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen.
 regen Verg. 2Sa 23:4 ; Deu 32:2 ; Job 29:23 ; Hos 6:3 .
,
 nagras, Afgemaaid gras, etgroen. Hebr. eigenlijk afgeschoren.
,
  bevochtigen Hebr. bevochtiging; maar het Hebr. woord [dat hier alleen gevonden wordt] heeft de betekenis van zulk een bevochtiging, die door verspreiding of sprenging der droppels geschiedt, zodat het land den regen bekwamelijk kan indrinken en zijn klein uitspruitsel daarvan verkwikt worden en opschieten. Verg. Psa 65:10-11 .
Copyright information for DutSVVA