‏ Revelation of John 3:4-5

4Doch gij hebt enige weinige namen ook te Sardis, die hun klederen niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, overmits zij het waardig zijn.
 namen ook te Sardis, Dat is, personen, gelijk Act 1:15.
,
 hun klederen niet Dat is, die zichzelf met onzuivere leer en met een onkuis leven, gelijk de Nicolaïeten, niet hebben ontreinigd. Zie 1Th 4:4. Deze gelijkenis gebruikt ook Jud 1:23.
,
 met mij wandelen Waarvan Christus een voorbeeld of proeve gegeven heeft; Mat 17:2.
,
 in witte klederen, Namelijk als overwinnaars der zonden en der wereld. Want de witte klederen zijn eertijds tekenen geweest van overwinning en heerlijkheid, gelijk blijkt het vs.5. Zie ook hierna Rev 7:9, en Rev 19:14.
,
 zij het waardig zijn Deze waardigheid in hen komt niet uit hun krachten noch verdiensten, maar van Christus en om Christus' verdiensten wil, terwijl hun Christus door Zijn verdiensten zodanige vergelding uit genade waardig acht en waardig maakt. Zie 2Co 3:4-5; 2Th 1:5, 2Th 1:11; Heb 13:21.
5Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
 Ik zal zijn naam geenszins Dit wordt gezegd tot troost der gelovigen, die in twijfel zouden mogen komen over hun verkiezing. Niet dat iemand, die waarlijk geschreven is in het boek des levens, daaruit kan gedaan worden, want het tegendeel blijkt uit Rev 13:8; Rev 17:8; Rev 20:15, en Rev 21:27; maar omdat enigen ten opzichte van de roeping en hun belijdenis daarin schijnen geschreven te zijn, die daarna metterdaad tonen, dat zij uitgedaan worden uit het boek des levens, en dat zij met de rechtvaardigen niet worden geschreven, waar het laatste het eerste verklaart.
,
 zijn naam belijden Namelijk als mijn ware dienaars en discipelen; Mat 10:32.
Copyright information for DutSVVA