Romans 9:20-21
20Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt? ▼▼ o mens, In dit woord mens is de eerste reden van antwoord, dewijl een broos mens niet behoort tegen God te twisten, als te gering en onbekwaam zijnde om over Gods doen te oordelen.
,
▼▼ tegen God antwoordt? Of, God tegenspreekt?
,
▼ 21Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere? ▼▼ Of heeft de pottenbakker Dit is de derde reden van Paulus' antwoord, genomen van het recht en de macht van God over alle mensen, die niet minder is dan de macht van den pottenbakker over zijn leem.
,
▼
,
▼
,
▼▼ ter onere? Dat is, tot slechter of verachtelijker gebruik.
Copyright information for
DutSVVA