‏ Psalms 92

Den .xcij. Psalm.

Dominus regnauit.

1DIe Heere heeft geregneert, hy is met schoonheyt ghecleedt, die Heere heeft stercheyt aenghedaen ende hy heeft hem seluen ghegort.

Want voorwaer hy heeft den omganck der eerden vast ghemaect, die niet en sal beroert worden.

2Vwen stoel is van doen bereydt, vander eewicheyt sijt ghy.

3Die vloeden hebben opghehauen Heere, die vloeden hebben opghehauen hen stemme.

Die vloeden hebben hen baren opghehauen, van die stemmen van veel wateren.

4Wonderlijc sijn die opheffinghen der zee, wonderlijck is die Heere in die hoochden.

5V ghetuyghenissen sijn bouen maten seer gheloouelijck worden, uwen huyse betaemt heylicheyt Heere in die lancheyt der daghen.
Copyright information for NldLeuv1548